cell211.jpg

Cell 211

  • regie: Daniel Monzón

  • met: Luis Tosar • Alberto Ammann • Antonio Resines

  • FRA/SPA •thriller • 2010 • 113 min.

Cell 211 icon_trailer.png

CELL 211 van regisseur Daniel Monzón kreeg afgelopen jaar liefst acht Goya’s (de Spaanse Oscars). Terecht, want het is een ongewoon spannende en intelligente film over een opstand in een gevangenis. Zeker, aan geweld geen gebrek: de film begint met een naargeestig realistische scène van een man die zelfmoord pleegt. Maar het is vooral de psychologische strijd tussen de hoofdrolspelers, gevangenbewaarder Juan Oliver (Alberto Ammann) en bendeleider Malamadre (Luis Tosar) die je de hele film op het puntje van je stoel houdt.
Oliver is net aangenomen als gevangenbewaarder en om een goede indruk te maken komt hij de dag voor hij zal beginnen vast langs om kennis te maken. Tijdens de rondleiding door de gevangenis raakt hij door een ongelukje bewusteloos en zijn nieuwe collega’s leggen hem in cel 211 om bij te komen. Net op dat moment breekt een opstand onder de gevangenen uit. De andere bewakers vluchten weg en Oliver realiseert zich dat hij alleen kans maakt te overleven als hij zich voordoet als nieuwe gevangene. Met veel bluf en snel denkwerk slaagt hij erin op te klimmen tot vertrouweling van Malamadre, onder het oog van zijn collega’s die via bewakingscamera’s kunnen volgen wat er ‘binnen’ gebeurt.
De opstand wordt grimmig als blijkt dat in de gevangenis ook een aantal ETA-leden wordt vastgehouden, waarover de Spaanse en Baskische autoriteiten politieke afspraken hebben gemaakt. Voor Oliver komt alles op scherp te staan als hij op tv ziet hoe zijn zwangere vrouw terechtkomt in rellen tussen de politie en familieleden van de gevangenen. Er ontwikkelt zich een zenuwslopend machtsspel, waarin de grenzen tussen goed en kwaad vervagen doordat iedereen steeds opnieuw positie kiest om te overleven.