le_refuge.jpg

Le refuge

Le refuge icon_trailer.png

In juni kondigden we de nieuwste film van François Ozon al aan: LE REFUGE, het sluitstuk van een drieluik over de dood en rouwverwerking. Aanleiding was de reprise van SOUS LE SABLE (2000) in de Franse filmweek tijdens de zomervakantie. Deze subtiele karakterstudie over een vrouw (Charlotte Rampling) die haar man plotseling verliest, is de eerste film van de trilogie. In de tweede film, LE TEMPS QUI RESTE (2005), krijgt een succesvolle, jonge modefotograaf te horen dat hij ongeneeslijk ziek is. Hij besluit om dat aan niemand te vertellen. Met welk drama krijgen we in LE REFUGE te maken?
Mousse (Isabelle Carré) is een jonge, eigengereide vrouw. Haar grote liefde Louis is kort geleden overleden aan een overdosis heroïne. Na zijn dood ontdekt Mousse dat ze zwanger is. Tegen de wens van Louis’ familie in besluit ze het kind te houden. Omdat Mousse ook zelf verslaafd is, begint ze een methadonkuur. En ondanks het grote verdriet en gemis bereidt ze zich in een rustig kustplaatsje voor op de dingen die komen gaan. Dat wordt er niet makkelijker op als Paul, de broer van Louis, haar onverwacht komt opzoeken. De jonge homo worstelt met zijn identiteit als aangenomen kind. In Mousse vindt hij een ideaal klankbord: beiden zijn buitenstaanders, op zoek naar een vorm van geborgenheid. Langzaam komen de twee tot elkaar.
Ozon, die op filmisch gebied van uitdagingen houdt, besloot dat de zwangerschap van Mousse een echte zwangerschap moest zijn. ‘Ik wilde, bijna als in een documentaire, vastleggen hoe Isabelle’s lichaam en gezicht veranderen,’ vertelt hij in een interview. Actrice Isabelle Carré was het met hem eens. Tijdens de opnamen was zij zes maanden in verwachting. De begin- en eindscènes werden gedraaid toen Carré bevallen was.