Rifkin’s Festival

In Woody Allen's luchtige variant op een platonische romcom (zijn negenveertigste film), speelt een gepensioneerde filmdocent Allen's alter ego, die met zijn (jongere) vrouw het beroemde filmfestival in pittoresk San Sebastian bezoekt.

Mort Rifkin (), een gepensioneerde filmprofessor annex schrijver met, naar eigen zeggen, een writer's block, begeleidt uit verveling zijn jongere en een stuk pittigere vrouw Sue (Gina Gershon) naar het filmfestival van San Sebastian. Zij heeft het daar als succesvolle PR-manager maar wat druk, want ze komt zich op het festival ontfermen over de jonge upcoming regisseur Philippe (Louis Garrel). Op recepties en bij interviews is Mort een beetje het vijfde wiel aan de wagen. Sue heeft weinig tijd en aandacht over voor echtgenoot Mort, waarbij meespeelt dat de populaire Philippe als man nogal gunstig afsteekt tegenover film-snob Mort, die het werk van 'pseudo-intellectueel' Philippe bepaald geen hoge cijfers zou toekennen.

Noodgedwongen vult de grappig-tragische Mort zijn dagen met het verkennen van de beroemde schilderachtige badplaats, waar hij al gauw – hypochonder als hij is – de stralende jonge dokter Jo (Elena Anaya) leert kennen en helemaal van haar van slag is. Dat beiden in vastgeroeste huwelijken verstrikt zitten – zij met een heetgebakerde Spaanse kunstenaar – schept een onderlinge band en hun ontmoetingen schenken beiden de nodige afleiding van hun zorgen.

RIFKIN'S FESTIVAL is een nieuw en zoals altijd zeer herkenbaar kleinnood van de 84-jarige Allen, waarin hoofdpersonage Mort (opnieuw) vergaand gemodelleerd is naar de regisseur zelf. Daarbij helpt dat Mort als elitaire filmkenner van onafhankelijke Europese cinema – Amerikaanse films kunnen hem gestolen worden – kan grossieren in dialogen vol verwijzigen naar films, ook naar die van Allen zelf. We beleven zelfs via zijn (dag)dromen een keur aan beroemde scenes uit de filmgeschiedenis mee.

Wallace Shawn (Mort) is een oude bekende van Allen. Hij had al een rolletje in MANHATTAN uit 1979. RIFKIN'S FESTIVAL mag dan niet vernieuwend of grensverleggend zijn – wat ook niet goed zou passen in Allen's oevre – maar het is desalniettemin opnieuw genieten voor cinefielen en voor Allen-liefhebbers die graag filosoferen over de zwaarte, de lichtheid en de relativiteit van het bestaan.