viva_la_liberta.jpg

Viva la libertà

Viva la libertà

In Oscarwinnaar LA GRANDE BELLEZZA maakte acteur Toni Servillo vorig jaar grote indruk als een man met een ongenaakbaar gezicht. In VIVA LA LIBERTÀ vertolkt hij een al even sterke dubbelrol: hij speelt zowel politicus Enrico Oliveri als diens totaal verschillende tweelingbroer.

Enrico is de leider van de grootste oppositiepartij van Italië. Totdat hij tijdens een partijcongres slachtoffer wordt van smerige politieke spelletjes van zijn tegenstanders. Enrico heeft er dan plots helemaal genoeg van en vlucht naar Parijs. Omdat de verkiezingen voor de deur staan besluit zijn assistent Andrea Bottini tot een noodgreep: hij vraagt hulp aan Enrico’s tweelingbroer. Deze Giovanni is een manisch-depressieve filosofiedocent die nét ontslagen is uit een psychiatrische kliniek. Hoewel hij zijn broer al tijden niet meer heeft gezien, voelt Giovanni wel voor een stunt en neemt hij Enrico’s plaats in.

Bottini schrijft vervolgens een reeks goed klinkende speeches voor hem – vol grootse woorden en vage beloften. Giovanni gooit er bovendien wat diepzinnige haiku’s en semi-filosofische quotes tegen aan, waarmee hij de massa meekrijgt. De nep-Oliveri wordt zelfs populairder dan ooit. En terwijl Enrico bij een oude vlam in Parijs zijn ware zelf ontdekt, krijgt Giovanni steeds meer lol in ‘zijn’ politieke carrière.

De verschillen tussen de kille Enrico en de poëtische Giovanni zijn enorm, maar Servillo speelt hen beiden met grote overgave. Alleen daarom al is VIVA LA LIBERTÀ een must see. Maar er is méér: regisseur Roberto Andò rekent in zijn politieke satire genadeloos af met de Italiaanse televisiedemocratie, waarin alles draait om beeldvorming.