turin_horse.jpg

The Turin horse

  • regie: Béla Tarr

  • met: János Derszi • Erika Bók • Mihály Kormos

  • HON •drama • 2011 • 146 min.

The Turin horse icon_trailer.png

Groots en aards, roesverwekkend en bedrukkend, adembenemend, hypnotiserend. Toch zijn dit ontoereikende duidingen in de pers voor het laatste werk van de Hongaarse regisseur Béla Tarr. Hij stopt ermee. ‘Ik geloof dat alles wat in een film getoond moet worden in THE TURIN HORSE bijeen is gebracht - dat wil zeggen dat ik alle mogelijkheden van filmtaal heb gebruikt,’ zei Tarr nadat hij in Berlijn de Zilveren Beer 2011 en de persprijs ontving.
THE TURIN HORSE is een film die je niet loslaat, die somber én wonderschoon is - in virtuoze zwartwit-fotografie met een ongekend oog voor detail. Het is ook een film waarvoor je je moet openstellen, waarvoor je de tijd moet nemen (bijna 2,5 uur) en die je op je in moet laten werken. Veel gebeurt er niet en toch blijven je ogen aan het doek gekleefd.
In THE TURIN HORSE volgen we zes dagen lang een boer, zijn dochter en hun paard. Ze wonen op de poesta waar de wind onophoudelijk beukt tegen de deuren van hun sobere huisje. Vader en dochter hebben elkaar niets te vertellen, alleen de maaltijd wordt aangekondigd. Een groot woord voor die ene hete aardappel die ze elke dag nuttigen. De dagelijkse rituelen in hun minimalistische bestaan worden slechts een enkele keer doorkruist door een buurman die palinka komt halen en hun trakteert op een monoloog over God. Of door een groep zigeuners die meteen wordt weggejaagd. Met de dagen wordt het donkerder, het paard wil niet meer eten en drinken, de waterput valt droog. De twee doen nog een poging om hun situatie te ontvluchten, maar keren weer teug. Het is zinloos, hun bestaan eindigt hoe dan ook. Er rest een rauwe aardappel en een langzaam dovend vlammetje. De zevende dag bestaat hier niet.
NB: Op donderdag 22 december om 20.30 uur geeft Sara Hoogveld, explicateur en historicus, een korte lezing voorafgaand aan de voorstelling.