wrestler.jpg

The wrestler

The wrestler

Direct na de wereldpremière in Venetië gonsde het van de geruchten: THE WRESTLER van Darren Aronofsky hoorde bij de belangrijkste films van het jaar. Bovendien was de Amerikaanse regisseur er in geslaagd om het acteertalent van Mickey Rourke weer eens te laten ontbolsteren. Rourke gold eind jaren tachtig als één van de veelbelovendste acteurs van zijn generatie. Helaas gooide hij die reputatie vervolgens vakkundig te grabbel met een reeks slechte films, ruzies, drugs en een kortstondige bokscarrièrre die zijn gezicht ruïneerde.

Zijn levensloop kwam hem echter goed van pas voor zijn hoofdrol in THE WRESTLER. Daarin speelt Rourke de showworstelaar Randy ‘The Ram’ Robinson, een vijftiger die niet wil inzien dat hij veel te oud is voor zijn sport. Randy’s hoogtijdagen lagen in de jaren tachtig, toen hij vocht in grote uitverkochte arena’s. Maar twintig jaar later blijkt hij veroordeeld tot gevechten in obscure achterafzaaltjes, waar hij zich voor weinig geld in elkaar laat slaan door zijn tegenstanders. Alleen door injecties en pillen blijft hij nog een beetje op de been. Ook zijn privé-leven ligt in puin: Randy is gescheiden, zijn volwassen dochter wil niets meer van hem weten en de enige affectie die hij krijgt komt van een (betaalde) lapdanseres-op-leeftijd. Een bijbaan in een supermarkt biedt geen uitkomst voor zijn malaise. Daarom maakt hij zich op voor een ultieme comeback.

Aronofsky toont in THE WRESTLER de donkerste schaduwkanten van het worstelwereldje. Vooral in de eerste drie kwartier gaat het er fysiek hard aan toe in zijn film, daarna wordt THE WRESTLER een drama dat je als kijker nog lang zal heugen.