mio_fratello_figlio_unico.jpg

Mio fratello è figlio unico

Mio fratello è figlio unico icon_trailer.png

Vier jaar na het grote succes van LA MEGLIO GIOVENTÙ gooien regisseur Daniele Luchetti en scenarioschrijvers Sandro Petraglia en Stefano Rulli opnieuw hoge ogen. Hun nieuwe productie MIO FRATELLO È FIGLIO UNICO (‘mijn broer is enig kind’) won in eigen land vijf Donatello’s – de Italiaanse Oscars. Bovendien eindigde de film afgelopen maand als vijfde in de publiekspoll van het Rotterdams Filmfestival.
De overeenkomst tussen beide films is opmerkelijk: tegen een historische achtergrond zien we hoe twee broers zich ontwikkelen van tieners tot dertigers. Ze gaan ieder hun eigen (politieke) weg, maar hun familieband is en blijft heilig.
Accio (Elio Germano) is de jongste telg uit het arbeidersgezin Benassi. Het is 1962. Als opstandig baasje van twaalf wordt hij naar het seminarie gestuurd om priester te worden. Zijn leeftijd en hormonen, maar ook zijn broer Manrico (Riccardo Scamarcio), werken niet mee aan dit nobele doel van hun ouders. Het duurt dan ook niet lang voordat Accio naar huis terugkeert en later een andere studie begint. De charismatische Manrico werkt dan al een tijdje in een fabriek, waar hij zich ontpopt tot stakingsleider.
De twee broers vechten wat af, zowel letterlijk als figuurlijk. Bron van hun onmin zijn hun tegenstrijdige politieke opvattingen en keuzes, hun levensstijl en de gedeelde liefde voor de mooie Francesca (Diane Fleri). Toch komt het nooit tot een echte vete tussen de twee. Integendeel, ze weten dat ze niet zonder elkaar kunnen – en toch zal het daarvan komen.