turtles_can_fly.jpg

Turtles can fly

  • regie: Bhaman Ghobadi

  • met: Soran Ebrahim • Avaz Latif • Saddam Hossein Feysal

  • IRN/IRK •drama, oorlogsfilm • 2004 • 95 min.

Turtles can fly

Met EEN TIJD VOOR DRONKEN PAARDEN maakte regisseur Bhaman Ghobadi in 2000 één van de mooiste films van het jaar. Hetzelfde geldt voor zijn nieuwste film TURTLES CAN FLY, die tijdens het jongste Rotterdams Filmfestival de publieksprijs won.
Voor TURTLES CAN FLY keerde Ghobadi terug naar Koerdistan, het grensgebied tussen Turkije en Irak waar hij ook zijn eerdere verhalen situeerde. Dit keer focust hij op een vluchtelingenkamp vol Koerdische weeskinderen, die de kost verdienen met het opgraven van landmijnen. Met manden vol mijnen op hun rug – ziedaar de schildpadden uit de titel – gaan ze naar de zwarte markt om het oorlogstuig te verkopen. Eén van die kinderen is Agrin (Avaz Latif), een jong meisje dat nóg een last draagt: haar driejarige zoontje dat ze probeert te dumpen. Dit klinkt onmenselijk, maar gaandeweg de film blijkt dat ze er goede redenen voor heeft.
TURTLES CAN FLY staat te boek als de eerste filmproductie die in Irak werd gemaakt na de val van Saddam Hoessein. Ghobadi maakte de film omdat hij drie dagen na de capitulatie van Irak het land bezocht en hij een samenleving aantrof vol mijnenvelden en kinderen zonder benen. Juist die kinderen – en geen échte acteurs dus – bevolken zijn film. ‘Het leed van de Koerden in Irak heeft een gezicht gekregen dat nog dagenlang door je hoofd spookt’, schreef Skrien over de film. In dit geval is dat wel heel letterlijk, want alleen mensen met een hart van steen zullen de blik vergeten van hoofdrolspeelster Avaz Latif. Hartverscheurend, er is geen ander woord voor.