longe_dimanche.jpg

Un long dimanche de fiançailles

Un long dimanche de fiançailles icon_trailer.png

Eigenlijk zou voor deze recensie één woord kunnen volstaan: AMÉLIE. Kleine kans immers dat u die grootste arthouse-hit allertijden níet heeft gezien. Mocht dat toch het geval zijn: LE FABULEUX DESTIN D’AMÉLIE POULAIN is de ultieme feelgood-film, die de Franse actrice Audrey Tautou in 2001 wereldberoemd maakte en die de definitieve doorbraak betekende van regisseur Jean-Pierre Jeunet. Het succesduo werkte afgelopen jaar opnieuw samen in UN LONG DIMANCHE DE FIANÇAILLES, die wij bij uitzondering twee weken achtereen vertonen.

Een waarschuwing vooraf: UN LONG DIMANCHE is géén vervolg op AMÉLIE. Gelukkig maar, want dat zou de magie van de vorige film vrijwel zeker verbroken hebben. Dat besefte Jeunet zelf ook. Daarom liet hij een lang gekoesterde wens in vervulling gaan en verfilmde hij de Franse bestseller Un long dimanche de fiançailles, een liefdesdrama van Sébastien Japrisot dat rond de Eerste Wereldoorlog speelt. Van de Amerikaanse studio Warner Brothers kreeg de regisseur 80 miljoen dollar en een vrijbrief om te doen wat hij wilde. En dat deed Jeunet: in UN LONG DIMANCHE trekt hij weer zijn volledige trukendoos open om zijn verhaal te vertellen.

De film gaat over de zoektocht van de jonge Mathilde (Tautou) naar haar vriend Manech, die tijdens de oorlog als deserteur veroordeeld werd en toen gedood zou zijn in het niemandsland tussen de Duitse en Franse loopgraven. Mathilde is er echter van overtuigd dat Manech nog leeft. Stukje bij beetje komt zij meer te weten over zijn lot en uiteindelijk achterhaalt zij de waarheid dankzij een reeks ontmoetingen met allerlei personages. Die worden niet alleen gespeeld door acteurs die we eerder zagen in AMÉLIE en JEUX D’ENFANTS, maar bijvoorbeeld ook door Jodie Foster die onvervalst Frans blijkt te spreken.

Met UN LONGE DIMANCHE maakte Jeunet feitelijk twee films in één. De verhaallijn met Mathilde filmde hij in diep okergele kleuren en stopte hij vol visuele vondsten en grappen – zoals we die eerder zagen in zijn vorige films. Met veel bravoure bracht hij het Gare d’Orsay en de oude Parijse Hallen weer tot leven. De tweede verhaallijn zijn de flashbacks met Manech in de loopgraven, waarbij Jeunet alles filmde in een uitgebleekte blauw-grijze tint. Die scènes vormen de grootste kracht van de film. Ze zijn zo mogelijk nóg indrukwekkender dan het eerste half uur van Steven Spielberg’s SAVING PRIVATE RYAN, waarin de kogels je ook al om de oren floten.

Jeunet is dik twee uur lang in vorm en ontpopt zich opnieuw als verhalenverteller pur sang. Neem het perfect gekozen slot van de film, dat geen seconde vroeger had mogen komen. En ook geen seconde later, want dan zou de angel uit het verhaal zijn verdwenen...