La fille inconnue

Weinig filmmakers zijn zó vaak in Cannes geweest als Jean-Pierre en Luc Dardenne. Zeven van hun tien films haalden er de hoofdcompetitie en de Waalse broers wonnen twee Gouden Palmen plus een handvol andere prijzen. Afgelopen voorjaar presenteerden ze er LA FILLE INCONNUE en opvallend genoeg keerden ze voor het eerst met lege handen terug uit Frankrijk. Reden voor de regisseurs om zélf het mes te zetten in hun drama: ze sneden er flink wat minuten uit, maar het eindresultaat bleef gelukkig 100% Dardennesque.
LA FILLE INCONNUE gaat over Jenny Davin, een jonge huisarts in de Luikse voorstad Seraing (niet toevallig de woonplaats van de regisseurs). Op een avond wordt er aangebeld bij haar praktijk, maar Davin doet niet open omdat het na sluitingstijd is. Dit zet haar leven op de kop, want niet veel later staat de politie voor haar deur. Er is een jonge vrouw dood gevonden bij de Maas en volgens videobeelden was zij degene die bij Davin aanbelde. Ze voelt zich schuldig en wil de identiteit van het slachtoffer achterhalen, zodat de vrouw niet anoniem begraven hoeft te worden. Wat volgt is een soort film-noir, waarin Davin noodgedwongen kennismaakt met de Luikse onderwereld. Ondertussen ontpopt de afstandelijke arts zich alsnog als een betrokken medemens.
Evenals in eerdere Dardenne-films wordt ook LA FILLE INCONNUE weer gedragen door een sterke actrice in de hoofdrol. Dit keer de jonge Française Adèle Haenel, die net als in LA NAISSANCE DES PIEUVRES en LES COMBATTANTS laat zien hoe goed ze kan acteren. Haenel treedt daarmee in de voetsporen van Émilie Dequenne, Déborah François en Marion Cotillard. En natuurlijk in die van Dardenne-habituée Jérémie Renier, die ook nu weer een mooie rol heeft.