degrade.jpg

Dégradé

Dégradé

Het zou haast een apart genre kunnen zijn: kapsalonfilms. Een genre met heel uiteenlopende stijlen, van uitbundige camp (HAIRSPRAY) tot zwarte komedie (THE MAN WHO WASN’T THERE) tot ingetogen drama (LE MARI DE LA COIFFEUSE). Plus alles daar tussenin. Waardoor is een kapsalon zo aantrekkelijk voor filmmakers? Misschien omdat het een geïsoleerde microkosmos betreft?

Dit speelt zeker mee in DÉGRADÉ, een drama van de Palestijnse tweelingbroers Tarzan en Arab Nasser. Zij laten vrijwel hun complete film afspelen binnen de muren van een kapsalon in de Gaza-strook en willen daarmee het verhaal vertellen van de door oorlog geteisterde én geïsoleerde regio.

Dat doen ze aan de hand van een dozijn vrouwelijke klanten die tijdens een warme dag de kapsalon bezoeken van Christine (Victoria Balitska), een Russische die getrouwd is met een Palestijn. In haar kapstoel maken we onder andere kennis met een gescheiden vrouw, een jonge bruid met haar moeder, schoonmoeder en schoonzus, een vrouw met een drugsprobleem, een vrouw met een traditionele hijab en een hoogzwangere in het gezelschap van haar zus. Er wordt in DÉGRADÉ volop geroddeld, gekletst en gediscussieerd. Alle vrouwen blijken hun eigen verhaal en hun eigen geschiedenis te hebben. Wanneer het oorlogsgeweld van de boze (mannelijke) buitenwereld uiteindelijk de besloten kapsalon binnendringt kantelt de film – letterlijk en figuurlijk.

‘Dégradé’ betekent in het Frans zoiets als ‘gelaagd kapsel’. Dat dekt de lading van de film niet helemaal, want DÉGRADÉ gaat minder de diepte in dan eerdere Palestijnse drama’s als het bekroonde PARADISE NOW van Hany Abu-Assad (zie ook pag. 13 van dit boekje) of het verpletterend mooie WALTZ WITH BASHIR. Net als die laatste film beleefde DÉGRADÉ zijn première in Cannes, waar de Nasser-broers vorig jaar buiten de prijzen vielen.