Steve Jobs

Aaron Sorkin (THE WEST WING, THE SOCIAL NETWORK) won half januari een Golden Globe voor zijn scenario voor STEVE JOBS, een biopic over de in 2011 overleden oprichter van Apple. Hij koos daarbij voor een radicaal andere aanpak dan in het brave en hagiografische JOBS uit 2013. Sorkin toont ons slechts drie cruciale dagen uit het leven van Steve Jobs en spint daar zijn verhaal omheen met flashbacks. Bovendien zet hij Jobs neer zoals hij volgens de overlevering was: een briljante maar egocentrische bullebak.

STEVE JOBS begint in 1984, op de dag dat Jobs (Michael Fassbender) de eerste Apple Macintosh presenteert. Een dure computer die zijn tijd – en zijn concurrenten – ver vooruit is. Maar er dreigt van alles mis te gaan: het apparaat doet nog niet wat het moet doen, Jobs krijgt het aan de stok met mede-oprichter Steve Wozniak (Seth Rogen) én met zijn ex die geld komt vragen over de opvoeding van hun dochter. Zijn rechterhand, marketing-assistente Joanna Hoffman (Kate Winslet), moet voortdurend de kastanjes uit het vuur halen. Vier jaar later is Jobs ontslagen bij Apple en presenteert hij uit wraak de NEXT-computer, waarmee hij de strijd wil aangaan met zijn oude baas John Sculley (Jeff Daniels). Een project dat tot mislukken gedoemd lijkt, maar schijn bedriegt. Een paar jaar later is Jobs als verloren zoon terug bij het kwakkelende Apple en presenteert hij de eerste iMac. De rest is geschiedenis.

Regisseur Danny Boyle (SLUM DOG MILLIONAIRE) maakte met STEVE JOBS een sterk koningsdrama, waarin het meer om mensen gaat dan om machines. En hoewel hoofdrolspeler Michael Fassbender uiterlijk niet zo lijkt op Jobs, transformeert hij gedurende de film volledig. Kate Winslet biedt prachtig tegenspel en won een Golden Globe voor haar rol.