The king’s gardens

Zowel liefhebbers van Britse kostuumfilms als mensen met groene vingers kunnen hun hart ophalen bij THE KING’S GARDENS. Na zijn debuutfilm A WINTER GUEST (1997) is dit de tweede film van Alan Rickman, die eigenlijk bekender is als acteur. Hij speelde in de HARRY POTTER-films en in drama’s als SENSE AND SENSIBILITY en THE BUTLER. Ook in zijn eigen film vertolkt hij een rol: van Lodewijk de XIV, en dat doet hij in een fijne droge stijl.
Het is 1682. De Franse Zonnekoning heeft besloten het Louvre als vaste verblijfplaats in te ruilen voor Versailles. De tuinen bij het paleis hebben zijn speciale aandacht, want ze moeten de wereld versteld doen staan. Daartoe stelt hij de internationaal befaamde tuin- en landschapsarchitect André Le Nôtre (Matthias Schoenaerts) aan. De tijd dringt en Le Nôtre moet de hulp van andere tuinontwerpers inroepen. Eén van de sollicitanten is de onbekende Sabine De Barra (Kate Winslet) die verrast is als ze wordt aangenomen – ze is tenslotte niet gediplomeerd. ‘Waarom ik’, vraagt ze hem. ‘Ik heb je in mijn tuin gezien. Ik was nieuwsgierig.’ Hij zag hoe ze daar een pot met een buxus verplaatste, een doodzonde in een strakke en formele tuin waar alles z’n eigen plek heeft. Het was een karakteristieke actie, Sabine laat haar gevoel en de natuur spreken in haar werk. Ze krijgt de regie over de aanleg van de ‘Bosquet de la Salle du Bal’, een tuin in een balzaalvorm met een fraaie fontein. Dat niet alles van een leien dakje gaat, laat zich raden. Sabine krijgt te maken met tegenkrachten uit de hofhouding. Vooral André’s vrouw maakt het bont, omdat die bang dat ze haar man kwijtraakt aan Sabine – een niet geheel onterechte angst.