The wind rises

‘Een perfect uitgebalanceerd meesterwerk, virtuoos getekend en toch zo menselijk, dat doen weinigen Miyazaki na.’ Niet alleen de Volkskrant was lovend over THE WIND RISES, in veel media werd deze – naar eigen zeggen – allerlaatste speelfilm van de gepensioneerde Japanse cineast bewonderd. Net als in zijn eerdere films (PONYO ON THE CLIFF BY THE SEA, HOWL’S MOVING CASTLE en Oscar-winnaar SPIRITED AWAY) kunnen we opnieuw genieten van zijn fantastische, lichtvoetige tekenstijl.

Verwacht dit keer echter geen sprookje. Miyazaki heeft in THE WIND RISES zijn fascinatie voor vliegtuigen en vliegtuigbouwers verwerkt. De film vertelt het  levensverhaal van Jiro Horikoshi (1903-1982). Hij was in Japan een visionaire vliegtuigingenieur, die onder meer het gevechtsvliegtuig ontwierp dat de Japanse luchtmacht gebruikte in de Tweede Wereldoorlog. Daarmee komt ook Miyazaki’s dilemma naar voren: het is een prachtig vormgegeven toestel vol technische hoogstandjes, maar het zaait wel dood en verderf.

In THE WIND RISES zien we dat Jiro al van jongs af aan bovenmatig geïnteresseerd is in vliegtuigen. Hij wil dan ook niets liever dan piloot worden, maar die droom moet Jiro laten varen: hij is bijziend. Wanneer de tijd rijp is stapt hij over op plan B: hij vertrekt naar Tokyo en wordt daar vliegtuigbouwer. Jiro blijkt een groot talent én een man met ambitie en visie. Zijn vliegtuigen voldoen aan alle moderne technische eisen, maar hebben ook een mooi design – zelfs het gevechtsvliegtuig dat hij ontwerpt.

Het decor van Jiro’s levensverhaal is soms grimmig: Japan wordt in 1923 geteisterd door de grote aardbeving en later door een tuberculose-epidemie. Ook de Depressie en de Tweede Wereldoorlog komen voorbij. Maar gelukkig is daar ook nog een romance: Jiro’s levenslange liefde voor Nahoko.