L’homme qu’on aimait trop

L’HOMME QU’ON AIMAIT TROP speelt zich af in Nice, in 1976. Daar runt de eigengereide Renée Le Roux (Catherine Deneuve) een casino. Als een grande dame beweegt ze zich tussen haar klanten en regelt ze haar zaken, bijgestaan door haar adviseur Maurice Agnelet (Guillaume Canet). Op het oog gaat het Renée voor de wind, maar dat is schijn. Het casino lijdt verliezen en is een prooi voor haar concurrent, de lokale mafiabaas Fratoni. Ze moet een list verzinnen om het familiebedrijf te redden.

Intussen is Renée’s dochter Agnès (mooi gespeeld door Adèle Haenel) na een scheiding teruggekeerd uit Afrika. Renée is blij dat haar dochter weer in de buurt is, maar dat is gauw over. De twee krijgen het aan de stok als Agnès haar aandelen in het casino te gelde wil maken om een eigen boek- annex kunsthandel te starten. ‘Het casino is mijn leven. Dat kun je me nu niet aandoen’, verwijt Renée haar dochter.

Agnès, straalverliefd op Maurice, roept zijn hulp in. Die heeft nog een rekening te vereffenen met Renée nadat hij van het ene op het andere moment op straat is gezet. Ze gooien het op een akkoordje met Fratoni, die zo alsnog zijn doel bereikt. Renée moet alles opgeven, maar lijdt een nog veel groter verlies: Agnès verdwijnt spoorloos in 1977. Alle verdenkingen wijzen naar Maurice.

L’HOMME QU’ON AIMAIT TROP is een onderhoudend misdaaddrama over mensen die er allemaal een dubbele agenda op na houden. Regisseur André Téchiné baseerde zijn film op ‘Une femme face à la mafia’ van Renée en Jean-Claude Le Roux. In dit boek wordt de geschiedenis rond de verdwijning van Agnès Le Roux minutieus beschreven. De geruchtmakende affaire hield Frankrijk jarenlang in zijn greep.