Casse-tête chinois

CASSE-TÊTE CHINOIS zal voor sommigen een feest der herkenning zijn. De lichtvoetige Franse komedie is namelijk het derde deel van een filmtrilogie over het wel-en-wee van een groep vrienden uit Frankrijk, België en Engeland. Regisseur Cédric Klapisch bracht ze voor het eerst bij elkaar in L’AUBERGE ESPAGNOL (2002), toen ze als jonge uitwisselingsstudenten in Barcelona woonden. Vervolgens liet hij ze zien in LES POUPÉES RUSSES (2005), waarin ze als dolende dertigers in Sint Petersburg belanden. In CASSE-TÊTE CHINOIS – dat ook zonder de eerdere films gewoon te volgen is – zijn de hoofdrolspelers vroege veertigers en verplaatst Klapisch het verhaal naar Chinatown in New York.

Daar komen we hoofdpersoon Xavier (Romain Duris) tegen, een gemankeerde schrijver uit Parijs. Hij is naar New York vertrokken nadat zijn Britse ex Wendy (Kelly Reilly) daarheen is verhuisd met hun twee kinderen, die hij graag wil blijven zien én wil helpen opvoeden. Xavier worstelt echter met zijn bestaan en met zijn leven als gescheiden vader, zoveel wordt al snel duidelijk. Hij ontmoet in New York niet alleen zijn oude lief Martine (Audrey Tautou) die inmiddels óók gescheiden is, maar ook zijn lesbische jeugdvriendin Isabelle (Cécile de France) die op zoek is naar een spermadonor.

Klinkt dit allemaal als kommer en kwel? Wees gerust: Klapisch vertelt zijn melancholische verhaal met milde humor en gebruikt een heel speelse beeldtaal. Je zou CASSE-TÊTE CHINOIS kunnen zien als de Europese tegenhanger van Richard Linklater’s relatietrilogie BEFORE SUNRISE/SUNSET/MIDNIGHT. Die werd ongeveer in dezelfde periode gemaakt en ook daarin zien we de hoofdrolspelers (July Delpy en Ethan Hawke) achtereenvolgens worstelen als twintigers, dertigers en veertigers. Het wachten is nu op de volgende films van Linklater en Klapisch, met de belevenissen van vijftigers.