buitenkampers.jpg

Buitenkampers

Buitenkampers icon_trailer.png

Nog steeds worden er in het hele land extra voorstellingen ingelast voor de indrukwekkende documentaire van Hetty Naaikens: BUITENKAMPERS. Veel ouderen willen de film nog een keer zien, samen met hun kinderen of kleinkinderen. Het brengt iets in ze naar boven en eindelijk, na zeventig jaar, kunnen ze erover praten. Altijd hebben ze gezwegen over die tijd en niet meer omgekeken. Sommige kinderen wisten niet eens dat hun eigen vader een buitenkamper was.

Wie waren dan die buitenkampers? Enige maanden na de Japanse inval in Nederlands-Indië, in 1942, begon de registratie van de ruim driehonderdduizend Nederlanders. Daarbij werd voor het eerst een raciaal onderscheid gemaakt tussen volbloed Nederlanders (‘totoks’) en Nederlanders met gemengd bloed (Indo’s). Meer dan honderdduizend totoks, zowel burgers en krijgsgevangenen, werden geïnterneerd in de Jappenkampen. De overige Indische Nederlanders bleven buiten de kampen om onder grote druk loyaal te worden aan de Japanse bezetter. Na de bevrijding in 1945 waren juist zij – zonder de bescherming van het kamp – overgeleverd aan de onafhankelijkheidstrijders. De buitenkampers kregen te maken met een steeds vijandigere omgeving en konden amper aan eten, medicijnen of kleding komen. Vaak vroegen ze zich af of ze niet beter af waren geweest ín de kampen.

In BUITENKAMPERS zien we openhartige gesprekken, afgewisseld met bijzonder archiefmateriaal en natuuropnames. We horen de slachtoffers voor het eerst vertellen over hun ervaringen als kind tijdens die periode – vaak met zichtbare moeite. Hun herbeleving is soms uiterst pijnlijk en het is moeilijk te bevatten wat de impact is geweest op het leven van deze mensen. Want hoe ga je verder als je dit als kind moet meemaken?