Philomena icon_trailer.png

Het zal je maar gebeuren. Je raakt als tiener zwanger, wordt door je ouders verstoten en gedwongen opgenomen in een klooster. Daar krijg je je kind, dat je na een paar jaar moet afstaan aan adoptieouders. Nooit meer krijg je iets te horen of te zien van je kind, als was het van de aardbodem verdwenen. Het overkwam Philomena Lee in het katholieke Ierland van de jaren vijftig. Nog niet eens zó lang geleden dus, en ze was zeker niet de enige.

Het verhaal van PHILOMENA ontvouwt zich als Philomena’s dochter Mary haar moeder verdrietig aantreft met een foto van een klein jochie in haar handen. Ze vertelt voor het eerst van haar leven wat haar als tiener overkwam. Mary weet niet wat ze hoort en moedigt haar moeder aan om haar zoon, die intussen vijftig moet zijn, te gaan zoeken. Bij toeval is Mary onlangs in contact gekomen met een onderzoeksjournalist, Martin Sixsmith. Hij was spindoctor van Tony Blair maar heeft de politiek de rug toegekeerd. Sixsmith staat niet bepaald te springen; human interest-thema’s, daar heeft hij niks mee. Toch laat hij zich overhalen om Philomena op haar zoektocht te vergezellen naar het klooster van de Sisters of the Sacred Heart, en zelfs naar Amerika.

Regisseur Stephen Frears (THE QUEEN) baseerde PHILOMENA op ‘The lost child of Philomena Lee’ van Sixsmith zelf, een waargebeurd verhaal dat je eigenlijk niet wilt geloven. Toch maakt Frears van zijn drama geen tranentrekker: geholpen door een uitgekiend scenario vindt hij precies de juiste balans. Naast dramatische scènes valt er ook volop te lachen. En dat is beslist te danken aan het terloopse en ongekend goede spel van – en vooral tussen – hoofdrolspelers Judi Dench en Steve Coogan.