this_must_be_the_place.jpg

This must be the place

This must be the place icon_trailer.png

Tijdens het kijken naar THIS MUST BE THE PLACE denk je regelmatig dat je in een film van de Coen-broers bent beland. Tot in de perfectie uitgevoerde filmkunst, markante personages, onnavolgbare dialogen, hilarische scènes en een verhaal. wie bedenkt zoiets? Paolo Sorrentino dus, een nog jonge Italiaanse regisseur. Hij baarde al eerder opzien met zijn drama LE CONSEGUENZE DELL'AMORE en de biopic IL DIVO over de Italiaanse premier Andreotti. Met THIS MUST BE THE PLACE koos Sorrentino voor een ander filmgenre, de roadmovie. En het zal duidelijk zijn: een traditionele roadmovie is het niet geworden.
Hoofdrolspeler Sean Penn levert een unieke bijdrage aan deze film. Hij vertolkt de uitgebluste rockster Cheyenne, een man die als een zombie doelloos door het leven sjokt. Maar wel in vol ornaat: met een zwarte getoupeerde haardos, knalrode lippen en vetleren kleding vol metaal. Samen met zijn vrouw (Frances McDormand) bewoont hij een kast van een huis in Ierland. Soms krijgt ze hem in beweging, dan spelen ze een balspel in een leeg zwembad. Een vermakelijke scène.
Wanneer Cheyenne van zijn Joodse familie uit Amerika hoort dat zijn vader is overleden, komt hij in actie. Hij reist naar de VS en krijgt daar min of meer de opdracht om zijn vaders levenswerk voort te zetten: de jacht op de nazi die zijn vader in Auschwitz zo vernederde. Wordt dat zijn nieuwe doel? Uiteindelijk zijn het de ontmoetingen onderweg die Cheyenne weer levenslust brengen. Zoals een oude man (de 85-jarige Harry Dean Stanton) die hem vertelt over zijn uitvinding: de rolkoffer. Of het jongetje dat samen met hem een liedje zingt. En onvergetelijk: de ontmoeting met David Byrne van de Talking Heads die This must be the place voor hem zingt.