The illusionist icon_trailer.png

Bij tekenfilms voor volwassenen denk je al gauw aan Japanse mangafilms, vol expliciet geweld en al even expliciet bloot. Maar gelukkig kan het ook anders. Dat bewees de Franse animator Sylvain Chomet een paar jaar geleden met LES TRIPLETTES DE BELLEVILLE, een bizar en heerlijk tegendraads sprookje over een wielrenner die wordt ontvoerd naar de fictieve Amerikaanse stad Belleville. LES TRIPLETTES was een prachtige ode aan het wielrennen en tegelijkertijd een genadeloze afrekening met de Amerikaanse cultuur.
Chomet’s nieuwste animatiefilm THE ILLUSIONIST is een wat lievere film. Het is opnieuw een ode, een dubbele ode zelfs: aan de Franse komiek Jacques Tati (van wie wij afgelopen maand nog PLAYTIME vertoonden) én aan de Schotse hoofdstad Edinburgh. Als basis gebruikte Chomet een nooit verfilmd autobiografisch script dat Tati ooit schreef.
THE ILLUSIONIST gaat over de Parijse goochelaar Tatischeff (Tati’s échte naam) die er in 1959 achter komt dat zijn trucjes sleets beginnen te raken. Het Franse publiek lust hem niet meer. Hij vlucht naar Londen, maar daar blijkt het met de opkomende beat-rage al niet veel beter. Tatischeff reist vervolgens door naar Schotland, waar ze op het platteland nog wél bewondering hebben voor ouderwetse goochelaars. Hij ontmoet er het eenzame meisje Alice, die hij op sleeptouw neemt naar Edinburgh.
Het mooie aan THE ILLUSIONIST is dat het zo’n ambachtelijke tekenfilm is, die ver afstaat van het lopende band-werk dat dagelijks op Nickelodeon wordt vertoond. Qua animatie lijkt Chomet’s grotendeels handgetekende film gelukkig veel meer op de oude klassiekers van Disney. ‘De verbluffend mooie beelden maken de film pas echt uniek. Zelden straalde een animatiefilm zoveel liefde voor het vak uit. (...) THE ILLUSIONIST is schaamteloos nostalgisch en melancholisch, maar wordt nooit kitsch. Een fraaier statement tegen de moderne tijd is moeilijk denkbaar’, aldus het Parool.